woensdag 08 september, 2021

Jan Van Ishoven en Charles Kesteloot, Estate Planning

Stel, een echtpaar (met kinderen) heeft een gemeenschappelijke rekening. Bij het overlijden van één van de echtgenoten dient de rekening in theorie verdeeld te worden in twee helften: de ene helft komt toe aan de langstlevende echtgenoot in volle eigendom, de andere helft behoort tot de nalatenschap. Dat betekent dat die laatste helft toekomt aan de langstlevende voor het vruchtgebruik en aan de kinderen voor de blote eigendom.

Nu is het zo dat de familie in de praktijk niet altijd wil overgaan tot die verdeling. Men vindt het namelijk vaak prima dat de langstlevende verder kan blijven genieten van alle gelden op de rekening om zo bijvoorbeeld zijn of haar levensstandaard te behouden.  Op zich is daar niets mis mee.

Het addertje onder het gras was tot voor kort echter fiscaal van aard. Op de helft van de rekening (die tot de nalatenschap behoort) is immers erfbelasting verschuldigd door de erfgenamen. Door de rekening integraal op naam van de langstlevende te plaatsen, was het gevolg dat de rekening bij diens overlijden nogmaals en integraal belast werd. Het resultaat was dus dat de kinderen dubbele erfbelasting betaalden op dezelfde tegoeden (zijnde het aandeel van de eerstoverleden echtgenoot).

Nieuw standpunt Vlaamse Belastingdienst (Vlabel)

Na een veroordeling door het hof van beroep te Gent heeft de Vlaamse Belastingdienst nu bevestigd dat zij met deze situatie in de toekomst wel degelijk rekening zal houden waardoor er niet langer sprake is van een dubbele erfbelasting.

Indien de kinderen kunnen aantonen dat de financiële tegoeden niet verdeeld werden naar aanleiding van het overlijden van de eerste echtgenoot én dat de tegoeden nog individualiseerbaar zijn bij het overlijden van de langstlevende wordt de helft van de rekening niet langer belast. De kinderen beschikken in dat geval over een zakelijke vordering tot revindicatie welke vordering moet opgenomen worden in min onder de rubriek ‘actief van de nalatenschap’.

Maar wat indien de financiële tegoeden niet langer individualiseerbaar zijn, bijvoorbeeld omdat de financiële tegoeden inmiddels verkocht werden? Voor overlijdens vanaf 1 september 2021 maakt men in dat geval een onderscheid tussen de al dan niet traceerbaarheid van de gelden:

  • De tegoeden zijn traceerbaar (er zijn voldoende financiële middelen van een gelijke hoeveelheid): de erfgenamen beschikken over een zakenrechtelijke vordering tot restitutie. Deze vordering moet opgenomen worden in min onder de rubriek ‘actief van de nalatenschap’.
  • De tegoeden zijn niet langer traceerbaar: de erfgenamen beschikken over een persoonlijke vordering op de nalatenschap (d.w.z. dat de vordering niet rechtstreeks betrekking heeft op de goederen van de nalatenschap). Deze vordering moet opgenomen worden in het passief van de nalatenschap.

We nemen een voorbeeld om dit te verduidelijken: stel dat de waarde van een rekening bij het eerste overlijden 100.000 EUR bedraagt. De helft daarvan, 50.000 EUR, is belast in de erfbelasting. Bij het overlijden van de langstlevende bedraagt de rekening 150.000 EUR. Indien de erfgenamen kunnen aantonen dat de tegoeden nog individualiseerbaar (of traceerbaar) zijn dan kunnen de erfgenamen 50.000 EUR in mindering brengen (zijnde de helft van de rekening bij het eerste overlijden) en kunnen zij deze tegoeden terugvorderen. 100.000 EUR zal dus nog belast worden in de nalatenschap van de langstlevende echtgenoot. Indien de tegoeden niet langer individualiseerbaar (of traceerbaar) zijn dan bezitten zij ‘slechts’ over een persoonlijke vordering ten aanzien van de nalatenschap, welke vordering in het passief van de nalatenschap moet opgenomen worden.

Naar aanleiding van een overlijden zouden wij steeds adviseren om de rekening te verdelen en aldus op te splitsen. Zo wordt iedere discussie vermeden. Als dit niet gebeurt dan zal het in de praktijk belangrijk zijn dat de erfgenamen aantonen dat de tegoeden niet verdeeld werden en dat het aandeel van de nalatenschap van de eerstoverleden echtgenoot nog individualiseerbaar is of minstens traceerbaar. Het bijhouden van een goede historiek (bijv. rekeninguittreksels) is in dat kader van groot belang.

Voor zover ons bekend bestaat er geen soortgelijk standpunt in het Brussels Hoofdstedelijk en Waals Gewest.

Bron: Standpunt Vlabel nr. 21039 dd. 7 juni 2021 (https://belastingen.vlaanderen.be/sp-21039-actief-van-de-nalatenschap-gemeenschappelijke-rekeningen-werden-niet-verdeeld-na-het)


Recent articles