maandag 20 januari, 2020

Eun Ah Schittekat, Senior Fixed Income Analyst

De obligatiemarkten hebben in 2019 een glansprestatie neergezet. Eind 2018 zaten ze nog in de greep van de macro-economische onzekerheden, vooral met betrekking tot de repercussies van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. In 2019 volgden doortastende maatregelen vanwege de centrale banken met een forse monetaire versoepeling. Bijgevolg herwonnen de markten het vertrouwen en zakten de reeds erg lage rentevoeten in de meeste Europese landen onder de 0%-drempel. De Duitse rente op 10 jaar staat momenteel op -0,20 %, de Belgische op 0,024 %.

In deze context van zeer lage rentevoeten zijn wij op zoek naar alternatieven en geven we de voorkeur aan bedrijfsobligaties boven Europese overheidsobligaties.

Wanneer we kijken naar obligaties van hoge kwaliteit zien we dat ze een laag rendement bieden. De vergoedingen zijn gering en ook de kredietrisicopremie is laag. Om een rendement rond de 1 % te halen, moet belegd worden in obligaties met een lange looptijd. Een obligatie uitgegeven door AB InBev met eindvervaldag 2027 levert bijvoorbeeld een brutorendement van 0,4 % op. Het kredietrisico mag dan laag zijn, de belegger is wel blootgesteld aan een renterisico, wat betekent dat de minste stijging van de rentevoeten zal leiden tot een koersdaling van zijn obligatie.

Daarom geven we de voorkeur aan hoogrentende obligaties met kortere looptijden, wat onze obligatieportefeuille minder gevoelig maakt voor een rentestijging. Het verhoopte rendement is hoger, maar we zijn daardoor blootgesteld aan het kredietrisico van het bedrijf dat de obligatie uitgeeft. Dit kredietrisico houden we onder controle door een combinatie van verschillende elementen. Eerst en vooral is er de strenge selectie van de emittenten en daarvoor baseren we ons op een fundamentele analyse van elk bedrijf en elke obligatie. Bij een groeivertraging zal de spread tussen goede en slechte kredieten immers ruimer worden. We besteden bijzondere aandacht aan het vermogen van het bedrijf om met zijn operaties cash voort te brengen (“free cashflows”) en aan de liquiditeitssituatie van de onderneming om elk herfinancieringsrisico te vermijden. Bovendien hechten we veel belang aan een goede diversificatie van de emittenten in onze portefeuille. En we kiezen enkel beleggingen die op een adequate manier vergoed worden.

Het laatste element betreft het cashgedeelte van onze obligatiestrategie. Om het risico van de blootstelling aan obligaties met een hoger rendement in evenwicht te brengen, behouden we een cashbuffer die een derde van onze blootstelling aan obligaties vertegenwoordigt. Op het einde van het voorbije jaar was deze cashbuffer iets groter. Aangezien obligaties het goed deden, behouden we liquiditeit om te kunnen inspelen op opportuniteiten die zich de komende maanden zouden aandienen in geval van marktinzinkingen.


Recent articles